Wie is Jesjoea ben-Yosef (Jezus) voor u?... Onze Visie

Belang

Het antwoord op deze vraag is belangrijk: het bepaalt of u de Ene Ware God aanbidt, de God van Avraham, Yitzchak en Yaakov, en of u wel de juiste messias volgt ...

 

Heel veel mensen belijden 'Jezus' als de ware messias. Tegelijk aanbidden ze hem als een godheid, omdat hen geleerd werd dat god bestaat uit drie personen. 'Jezus' zou dan een van deze drie personen zijn.

 

De joodse traditie

De joodse traditie steunt op de Hebreeuwse Schriften om te bepalen wie de messias kan zijn, en wat de messias zal doen. Noch de Hebreeuwse Schriften noch de joodse traditie hebben de messias ooit aanzien als een god noch als een deel van een godheid. Op te merken valt dat zoveel mensen niet vertrouwd zijn met de kerkgeschiedenis : de drie-eenheid werd er doorgedrukt op het einde van de derde, begin vierde eeuw, met het eerste concilie dat plaats had onder het voorzitterschap van keizer Constantijn, op dat moment nog een zonne-aanbidder. Dit gebeurde na jarenlang hevige strijd onder de verschillende christelijke fracties, waarbij de ergste zonden niet uit de weg werden gegaan om het eigen gelijk te kunnen behalen. De kopiisten manipuleerden en bewerkten zelfs de oorspronkelijke schriftteksten om te 'bewijzen' dat hun opvatting de juiste was. Zo beseffen deze mensen doorgaans niet dat hun 'nieuwe testament' een vertaling is van een tekst die artificieel werd samengesteld uit de samenlezing van enkele gemanipuleerde Griekse kopieën. Jammer genoeg zijn de oorspronkelijke teksten van het 'nieuwe testament' niet meer ter onze beschikking (zijn er niet meer of werden nog niet terug gevonden of liggen verborgen voor het publiek). Het gebruik van de oudste papyri of manuscripten en vertaald binnen de joodse context kan al heel veel verduidelijken. We kunnen jou hiervoor de vertalingen van Uriel ben-Mordechai aanraden (http://www.ntcf.org/index.html)

Toch zijn er daarnaast genoeg elementen om uit deze Griekse kopieën van het (zgn. nieuwe testament) tot bijzonder onderwijs te komen. Hand. 17:11 geeft ons immers hier een sleutel. De discipelen in Berea gingen dagelijks de (Hebreeuwse) Schriften na om na te gaan of het 'evangelie' dat Paulus bracht, wel waar was, zo kunnen ook wij dat doen. Dit verhaal geeft meteen aan dat de boodschap van het evangelie (en het zgn. nieuwe testament) in gezag ondergeschikt is aan het gezag van de Hebreeuwse bijbel, de Joodse 'Tenach', gelezen vanuit de Joodse traditie. (Er waren in de eerste eeuw geen afzonderlijke kerken, en het boek Handelingen toont aan dat alle 'gelovigen' naar de synagoge en de tempel bleven gaan. Het waren trouwens de enige plaatsen waar iemand de bijbel kon lezen en eruit leren. Dit gebeurde trouwens vanuit een joodse duiding). Zo komen we weer uit bij het belang van de Joodse traditie : die vult de schriftteksten aan in het verstaan van de betekenis en de toepassing ervan. Dat de joodse traditie bij het begrijpen en toepassen van de bijbel gezag heeft gekregen van God Zelf, leert de bijbel zelf. Zo lezen we bijvoorbeeld in Deut. 13:1 e.v. bij de bepalingen over de 'valse profeten', dat zij komen om iemand te brengen tot de aanbidding van een god "die jullie nooit hebben gekend". Deze woorden duiden op de autoriteit van de Joodse traditie, die nooit een drie-eenheid heeft gekend. Lees ook Deut. 17:11 over het gezag van de joodse geestelijke leiders, als zodanig erkend en gesanctioneerd door de Eeuwige. Het is dus niet de paus of een of andere christelijke leider die dit soort gezag zou kunnen claimen.

 

Wat zegt Jesjoea ben-Yosef zelf (gelezen volgens de criteria hierboven vermeld)

Allereerst kan gezegd worden dat 'Jezus' zichzelf bij zijn optreden nooit als een godheid heeft gepresenteerd. Hij trok nooit de aandacht op zichzelf maar had het altijd over het 'verheerlijken van zijn Vader (in de Hemel)'. Dat laatste is bijvoorbeeld heel verschillend van wat vele christenen doen, die in de plaats van de Vader, altijd maar de 'zoon' verheerlijken. Ook de boodschap van het evangelie die Jesjoea bracht, verschilde radicaal van wat de kerken tegenwoordig als 'evangelie' verkondigen. 'Jezus' heeft de mensen nooit verteld dat hij gekomen was om hun zonden op zich te nemen zodat zij vergeving konden krijgen, wanneer zij hem persoonlijk aannamen; hij heeft de mensen evenmin verkondigd dat zijn dood een 'offer' zou zijn voor God en dat wie dat aannam en actief geloofde, door zijn opstanding, niet alleen vergeving, maar ook vrije toegang tot de hemel zou krijgen. Vergeving van zonden was trouwens niet het probleem waarvoor Jesjoea kwam, omdat God al lang in dat probleem had voorzien, lees bijvoorbeeld psalm 32 of Numeri 14:19. Al vanaf zijn eerste optreden in het Mattheus-evangelie bijvoorbeeld, zien we dat Jesjoea ben-Yosef het 'evangelie van het Koninkrijk' bracht: hij had het over het koninkrijk dat door de Eeuwige via de profeten beloofd was aan het volk Israël. Het is duidelijk dat het hele verhaal van het sterven en lijden voor de zonden als een 'offerlam' daar geen deel van uitmaakte. In de ons overgeleverde evangelie-verhalen lezen we dat Jesjoea pas een paar maanden of weken (?) voor zijn dood, over zijn lijden en sterven begon te spreken, maar dit enkel binnen de besloten kring van zijn meest intieme vrienden. Het maakte nooit deel uit van de boodschap van het evangelie dat hij aan de mensen bracht. Hebr. 4:2 maakt trouwens al duidelijk dat Jesjoea's boodschap niet origineel was want het evangelie was al eens gebracht in de woestijn, namelijk toen G-d Zichzelf als Koning openbaarde op de berg Sinai en er als zodanig Zijn verbond sloot met het volk Israël. Als messias kon Jesjoea nooit iets brengen dat buiten of tegen de Hebreeuwse Schriften inging, want daarmee zou hij zichzelf volledig buiten het geloof en de waarheid stellen.

 

Maar wat zei Jesjoea dan zelf over zijn relatie met zijn 'Vader' in de hemel ?

(volgens de hiervoor vermelde criteria)

Een paar duidelijke verzen.

 

Joh. 17:3 - "Dit nu is het leven in de Olam Haba (de 'Toekomende Wereld'), dat zij U kennen, de Ene Ware God, en Jesjoea Koning Mashiach (de Messias) die Gij gezonden hebt."

 

Met deze woorden (tijdens de laatste maaltijd met zijn leerlingen) maakt Jesjoea duidelijk onderscheid tussen de Ene Ware God en zichzelf. Hij maakt kenbaar dat hij de messias is, zeker niet dat hij God zou zijn of deel zou uitmaken van God.

 

Joh. 20:17 - "Houd mij niet vast, want ik ben nog niet opgevaren naar de Vader; maar ga naar mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God."

 

Deze woorden zijn belangrijk want Jesjoea sprak ze uit nadat hij was opgestaan uit de doden. Hij was evenwel nog niet verheerlijkt (en naar de Vader - God - gegaan). Door het feit alleen dat hij gestorven was, bewees hij dat hij een mens was en geen God omdat God niet kan sterven. En als hij een god was geweest, had hij zeker deze woorden niet gesproken, of ze toch anders geformuleerd. Hij maakt hier duidelijk dat de discipelen zijn 'broeders' zijn, en we kunnen moeilijk stellen dat de discipelen meer zijn dan alleen maar mensen. Bovendien zegt hij dat de God van Maria, ook zijn God is. M.a.w. stelt hij zich in zijn positie tav God gelijk met Maria. Als hij God zou geweest zijn of een deel van een godheid, had hij dit zeker niet gezegd.

 

Wat verkondigden de eerste discipelen ?

(volgens de hiervoor vermelde criteria)

Het boek Handelingen toont de praktijk en het geloof van de eerste volgelingen van Jesjoea. Als zodanig heeft het een bindend gezag voor een discipel van Jesjoea. De woorden van de apostelen liggen evenwel in dezelfde lijn als die van Jesjoea, in tegenstelling tot de theologie die overal wordt verkondigd. Nergens in het boek Handelingen wordt Jesjoea verkondigd als een godheid. Wel integendeel. We lezen Handelingen 2:22 waar Kefa (de apostel Petrus) Jesjoea beschrijft als "de Nazoreeër, een man u van Godswege aangewezen door krachten, wonderen en tekenen, die God door hem in uw midden verricht heeft, zoals gijzelf weet, ..." Jesjoea is een man, een mens uit Nazareth, door God aangewezen wat blijkt uit de krachten en wonderen, die God deed, door Jesjoea heen.

Dit getuigenis is des te sterker, wanneer we beseffen dat Kefa spreekt tot een joods publiek dat niet geloofde in een drie-eenheid. Als Jesjoea een godheid zou geweest zijn, of deel zou uitmaken van een godheid, dan was het noodzakelijk geweest dat duidelijk te maken aan deze mensen. Maar dan had geen enkele jood naar hem geluisterd of hem enige aandacht geschonken. We merken trouwens dat het hele geloof van de eerste discipelen van Jesjoea zich blijft afspelen binnen de kaders van synagoge en tempel. Zij die tot 'bekering' kwamen, werden allen 'ijveraars voor de torah' (zie Hand. 21) en in Hand 24:14 lezen we de opmerkelijke uitspraak van Paulus zelf over deze eerste gelovigen : "Maar dit erken ik voor u, dat ik naar die weg die zij een (joodse) secte noemen, inderdaad de God der vaderen vereer, gelovende al wat in de wet (= de Torah) en in de Profeten geschreven staat ..." De beweging van gelovigen in Jesjoea werd onderkend als een Joodse subgroep, een Joodse sekte met alle bijbehorende eigenschappen. Dat staat mijlenver van het geloof en de praktijk van het christendom en de kerken van vandaag. Ook wat de benadering tav Jesjoea betreft.

 

Wat zegt de apostel Paulus in zijn brieven ?

(volgens de hiervoor vermelde criteria)

Rom. 1:4 - ".. (Jesjoea de Mashiach ..), naar de geest van heiligheid door zijn opstanding uit de doden verklaard de zoon van God te zijn in kracht, Jesjoea de Mashiach, onze meester, .."

 

Jesjoea wordt pas verklaard tot zoon van God doordat hij uit de doden is opgewekt. Hij is dus niet de zoon van een godheid van voor de schepping die dan in de eerste eeuw geïncarneerd zou zijn in een menselijk wezen. Als dat zo zou zijn, dan had hij sowieso de messias niet kunnen zijn omdat de messias een lijfelijke afstammeling moet zijn van Koning David. Bovendien zou God zich dan immoreel gedragen hebben door tussen te komen in de huwelijksrelatie Jozef-Maria, dit tegen zijn eigen Torah in. Bij nader onderzoek merken we hoe de verhalen over de 'maagdelijke geboorte' enkel maar voorkomen in die evangeliën waar er een genealogie wordt gegeven van Jesjoea, en wel direct na de genealogie. Maar over deze 'incarnatie en maagdelijke geboorte' wordt verder nergens nog over gesproken, noch in de evangeliën noch in het boek Handelingen noch in de brieven : dit is een van de voorbeelden van een duidelijke manipulatie van de teksten.

 

1Cor. 8:4-6 - "... wij weten dat er geen afgod in de wereld bestaat en dat er geen God is dan Eén. Want al zijn er zogenaamde goden, hetzij in de hemel, hetzij op de aarde - en werkelijk zijn er goden in menigte en heren in menigte - voor ons nochtans is er maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn, en één Heer, Jesjoea de Mashiach, .."

 

Ook hier weer dezelfde duidelijke boodschap: God is Eén (Het Shema Yisrael, de joodse geloofsbelijdenis van Deut. 6:4 herkennen we hier in deze tekst terug) en Jesjoea wordt apart genoemd, niet als deel van de Godheid, maar als messias. God is Eén en Jesjoea is geen deel van de Godheid.

 

1Cor. 11:3 - "..Ik wil echter dat gij dit weet : het hoofd van iedere man is Christus (= Mashiach), het hoofd van de vrouw is de man, en het hoofd van Mashiach is God..."

 

Opnieuw dezelfde boodschap: het hoofd van 'Christus' is God. Daardoor kan hij God Zelf niet zijn.

 

1Tim. 2:5 - "... want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Jesjoea de Mashiach .."

 

'Jezus' wordt duidelijk benoemd als een 'mens' in tegenstelling tot elke christelijke theologie hierover.

 

Wat zegt het boek Openbaringen ?

(volgens de hiervoor vermelde criteria)

 

Het boek Openbaringen begint heel sprekend met de woorden :

"Openbaring van Jezus Christus, welke God hem gegeven heeft om zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden ..." (Op. 1:1)

 

Als Jesjoea een openbaring krijgt van God, dan kan hij zelf geen God zijn. God kan geen openbaring krijgen van God ... Even verderop - in Openbaring 1:5 wordt trouwens duidelijk gemaakt welke plaats Jesjoea hier wel heeft : het vers zegt dat Jesjoea "de getrouwe getuige is, de eerstgeborene uit de doden (God kan niet sterven, en kan dus niet opnieuw levend worden) en de overste van de koningen der aarde."

 

Onze Conclusie.

 

De geschriften van het zogenaamde nieuwe testament horen gelezen te worden met de gedachte dat de huidige kopieën niet origineel zijn en manipulaties bevatten. Door lezing van joodse vertalingen van de oudste manuscripten en de toetssteen van Tenach kunnen er naar ons inziens waardevolle conclusies getrokken worden. Belangrijke conclusie is dat Jesjoea een mens is. Hij kan en mag dus niet aanbeden worden als een godheid. Hij maakt ook geen deel uit van een godheid. God is Eén.

Het betekent dat veel mensen denken God te aanbidden terwijl ze iemand aanbidden die niet bestaat. Dit toont hoe krachtig een theologische constructie kan zijn: het maakt mensen blind voor wat reëel in de teksten zelf te lezen staat. De drie-eenheid is een theologische constructie die niet in de bijbel terug te vinden is maar die door invloed van het hellenisme en het heidendom op het einde van de derde eeuw werd opgedrongen en 'in de bijbel werd ingelezen'. Al die eeuwen door werd dit godsbeeld de mensen 'bijgebracht' en iedereen moest dit voor waar aannemen. De bijbelteksten spreken nochtans voor zichzelf.