Autoriteit van de apostolische geschriften

Zij die zich christenen noemen, maar ook zij die zich bekennen tot de messiaanse beweging, stellen zich veelal de vraag niet. Wanneer de plaats en het gezag van het zgn. 'nieuwe testament' ter sprake komen, wordt er automatisch vanuit gegaan dat de apostolische geschriften 1 en het "oude testament" op eenzelfde lijn staan : de beide delen vormen samen de bijbel. Christenen staan er niet bij stil dat deze positie niet zo onaanvechtbaar is als ze wel denken. De meesten realiseren zich evenmin dat in de tijd van Yeshua ('Jezus') en de apostelen het 'nieuwe testament' zelfs niet bestond. De enige bijbel die er was, waren de Hebreeuwse Schriften (wat christenen het 'oude testament' noemen). In de praktijk echter valt zelfs van deze evenwaardigheid van 'oude testament' en 'nieuwe testament' weinig te merken: als het erop aankomt, zal een christen altijd het 'nieuwe testament' boven de Hebreeuwse Schriften stellen als ultieme autoriteit. Deze autoriteit is bovendien ingekleurd door de theologie van de gemeente, de kerk, of de groep waartoe de betrokken persoon behoort. Het wordt als ongepast beschouwd om deze praktijk zelfs maar in vraag te stellen.

Nochtans geeft een boek uit ditzelfde 'nieuwe testament' hen ongelijk.

 

Hand. 17:10 leert ons dan ook :

"En dezen (de Joden die behoren tot de synagoge in Berea) onderscheidden zich gunstig van die te Thessalonica, omdat zij het woord met alle bereidwilligheid aannamen en dagelijks de Schriften nagingen of deze dingen (de boodschap die Paulus verkondigde) zo waren."

Gewoonlijk wordt deze tekst heel oppervlakkig ervaren als een bevestiging dat de joodse mensen in Thessalonica tot vervolging overgingen vanuit hun jood-zijn en hun tradities, terwijl het de openheid van de mensen van Berea was die hen ertoe bracht om Paulus' woorden aan te nemen en de bevestiging ervan te vinden in de bijbel.

 

Maar dit is niet wat dit vers zegt. Wel integendeel : de mensen in Berea beschikten alleen maar over de Hebreeuwse bijbel omdat - zoals gezegd - het 'nieuwe testament' op dat moment nog niet bestond. Paulus had toen ook niet de plaats die hij nu heeft bij de kerken. 2 En zelfs de kerk bestond nog niet: die is maar ontstaan op het einde van de 3e eeuw, begin 4e eeuw.

De tekst zegt gewoon dat de Joden in Berea Paulus krediet gaven: ze luisterden onbevangen maar tegelijk gingen ze na of zijn boodschap wel overeenstemde met de Hebreeuwse Schriften. De tegenstelling met Thessalonica ligt niet in een verschil van leer, maar in een houding van laster en aggressiviteit (die er niet was in Berea). De joodse mensen in Berea gedroegen zich perfect volgens de normen die de Eeuwige in zo'n geval had gesteld in de Torah.

 

Dit vers geeft dan ook een belangrijke sleutel aan ivm het lezen van 'het nieuwe testament'.... dit principe bepaalt dan ook meteen de plaats die de apostolische geschriften horen in te nemen in het geloofsleven.

1. - de boodschap (van het evangelie) die Paulus bracht (bij uitbreiding naar ons : het volledige 'nieuwe testament') is onderworpen aan de controle van de Hebreeuwse Geschriften gelezen door een Joodse bril. De mensen in Berea waren immers Joodse mensen, die de Joodse bijbel erbij haalden. Hierbij gaat het in eerste zaak om de Hebreeuwse tekst ervan als ultieme norm, niet om een of andere vertaling, zeker geen christelijke vertaling die bijvoorbeeld zijn oorsprong vindt in de zestiende eeuw.

2.- de boodschap zelf die Paulus bracht (het evangelie, en bij uitbreiding naar ons toe, het hele 'nieuwe testament') , werd eveneens begrepen en geïnterpreteerd vanuit een joodse bril. Het is bijvoorbeeld volledig fout om 'nieuwtestamentische teksten' naar eigen goeddunken te begrijpen of ze te lezen vanuit een theologie die afkomstig is uit de 16e eeuw. Hierbij valt op te merken dat vrijwel elke bijbelse term door het christendom een andere invulling of definitie heeft gekregen dan de oorspronkelijk (die hij had - en nog heeft - binnen het jodendom).

2.- Omdat het gezag van het 'nieuwe testament' ondergeschikt is aan dat van de Hebreeuwse Geschriften, dient elke zweem van tegenspraak van een tekst uit het 'nieuwe testament' met de Hebreeuwse Geschriften, meteen verworpen te worden als niet valabel.

3.- de conclusie is dan ook meteen dat (voor christenen en messiaanse gelovigen) het 'nieuwe testament' wel behoort tot de bijbel, maar niet tot de Schriften. Zeker niet tot de Schriften die als zodanig erkend werden door Yeshua, de apostelen en het Volk Israel. Of maw: het nieuwe testament behoort niet tot de Schriften. En zijn gezag is maar een afgeleid gezag, afhankelijk van zijn overeenkomst met die van de (Hebreeuwse) Schriften (of : de Joodse bijbel). Bovendien leiden we uit de context af dat het begrijpen van de Schriften moet gebeuren vanuit een Joods verstaan ervan. Dat gebeurde zo in Handelingen, dat de praktijk van het geloofsleven van de eerste 'gelovigen in Jezus' bepaalt, en als zodanig normatief is voor christenen en messiaanse gelovigen. Bovendien was Paulus zelf Joods, Ook de andere apostelen waren Joods. Ze leefden Joods en zelfs het begrip 'Messias' is een Joods begrip (dat later door het christendom een totaal andere inhoud kreeg).

 

Het hanteren van dit principe is belangrijk, omdat het bijdraagt tot een juist begrijpen van de bijbel en zo ook tot een vermindering van discussies en verhitte argumenten die hun oorsprong vinden in allerlei theologieën die in de geschiedenis zoveel kwaad hebben gebracht. Bovendien brengt het klaarheid voor de serieuze student van de bijbel. Er is een objectief onderbouwde hierarchie aan normen die helpt bij het lezen en begrijpen van wat de bijbel ons wil leren: conflicten en dubbelzinnigheden worden hierdoor vermeden of opgelost.

 

1 onder christenen bekend als 'het nieuwe testament'

2 Zeker bij die kerken en groepen die voortgekomen zijn uit de reformatie, lijkt het veelal de praktijk dat het vooral (de protestantse theologie over) Paulus is die belangrijk is en de sleutel is tot het evangelie: er wordt meer naar Paulus gerefereerd, dan dat er bekommernis en aandacht is voor de woorden van Yeshua zelf. Heel het nieuwe testament wordt bovendien gelezen en geïnterpreteerd vanuit dit inzicht over Paulus. Als dat zo is, gaat het in wezen meer om het evangelie van 'Paulus', dan om het evangelie van 'Jezus'.